Achtergrond

De ambitie van de Zuidas is te excelleren als stedelijk centrum. Een centrum van internationale allure, onderscheidend doordat het aansluit bij lokale kwaliteiten. Een stuk Amsterdam met toekomstwaarde, een verrijking van de stad en versterking van de economische potentie van de regio. Kortom een duurzaam en succesvol stedelijk topmilieu, van internationale allure, met Amsterdamse kwaliteiten.


Een randvoorwaarde om de Zuidas een integraal deel van de stad te laten worden, is het ondergronds brengen van de infrastructuur in het zogenaamde Dok. De Dokzone wordt gevormd door de A10 Zuid, station Amsterdam Zuid en de sporen van trein en metro; een infrastructuurbundel in het hart van de Zuidas, ingeklemd tussen de verschillende deelgebieden.


Door de ondertunneling van deze infrastructuur wordt optimaal gebruik gemaakt van de schaarse ruimte. Bovendien neemt het Dok de belangrijkste bron van milieuhinder weg, zonder de bereikbaarheid te verminderen. Het Dok voorziet zelfs in meer vervoersruimte dan de huidige situatie.


Het station in combinatie met de aanwezigheid van alle soorten (openbaar) vervoer maakt de Zuidas een van de best bereikbare locaties van Nederland, op enkele minuten afstand van Schiphol. In de toekomst zal station Amsterdam Zuid met zo’n 300.000 reizigers per dag tot de vijf grootste stations van Nederland behoren. Om deze verwachte reizigersgroei te kunnen faciliteren is een hoogwaardig station en uitbreiding van de spoorinfrastructuur nodig.


Het  uitbreiden en ondergronds brengen van de infrastructuur in combinatie met het ontwikkelen van een hoogwaardig station en vastgoed is een complex vraagstuk met verschillende oplossingsrichtingen. Om tot een gedragen oplossing te komen zoekt gemeente Amsterdam samen met het Rijk naar alternatieven voor zowel de financiering als voor de wijze waarop het Dok kan worden aangelegd. Vanuit de ministeries V&W, VROM, EZ en Financiën is begin 2009 een rijksvertegenwoordiger Zuidas aangesteld om dit traject te leiden.